“Dreams” van Albert Hammond vertaald

Voor deze week heb ik het liedje Dreams van Albert Hammond naar Nederlands vertaald. Gisteren tijdens mijn bezoek bij mijn buren De Groenewegens zag ik Hammond zijn andere bekende solo liedje “Everything I want to do” zingen. Het was prachtig om te luisteren en die man heeft een mooi stem.

Dromen

Ik ben mijn hart kwijt, Ik ben mijn slaap kwijt,
op jacht van mijn dromen na, ben ik mijn weg ook kwijt

Kijk mij nu aan
Ik neem een applaus in ontvangst
En ik vraag me af hoe
Mijn leven is als een droom, droom

Ik had nooit gedacht dat ik wou
Iets worden dan wat voor mij was bedoeld
Ik had iets op God’s gezag aangenomen
Met verwaching dat hij mij liefde zou vergoeden

Ik weet niet hoe ik zo ver ben gekomen
Guitar spelen was mijn enige vaardigheid

Liedjes die ik speelde
Nam me weg
Het was ok
Om te ontsnappen in mijn dromen, dromen

Ik wilde geen ster worden,
Of de grootste attractie zijn,
Ik hoefde ook niks,
Maar nu krijg ik alle aandacht

Ik heb een paar eenzame jaren besteden
En voelde mezelf ouder dan mijn boten

Maar het is ok,
Ik ben onder weg,
En elke dag
Werkt als een droom, droom

Dus dromen over iets die je waar kan maken
Een droom die je veel plezier doet,
Een droom die je hart maakt zingen
Waar je je begraven schat zou vinden

Maar het is ok,Ik ben onderweg,
Een elke dag,
Het werkt als een droom, droom
Ik zei droom, droom
Oh ja, droom, droom

Je zou geen spijt van krijgen

Slecht nieuws voor London

Het is echt treurig om dit bericht van de burgemeester van London, Boris Johnson, te lezen dat vanaf 2010 hij gaat toegangsprijs invoeren voor alle galerieën en musea in London. Deze zomer was ik in London en ik vond het mooi en uniek dat iedereen, ook touristen, gratis  de Nationale  galerie of de British musea kunnen bezoeken. Stel even voor dat je de Rosetta steen of de Elgin marbles of de prachitg kunst verzameling van bekende kunstenaars zoals Picasso, Rembrant, Vermeer etc.. kan zien en genieten zonder een cent te betalen. Dat is London en wat voor mij London langs met Wenen een van mijn lievelings steden maakt.

Juist, Groot Brittanie is zwaar getroffen door de economische tsunami en de overheid weinig geld over heeft voor kunst.Ook tijdens deze crisis moeten wij niet vergeten dat alleen pas sinds 2001 was de toegangsprijs afgeschafd. Het was een verkiezings beloofde van New Labour en Tony Blair die hij waarmaakte toen hij aan de macht kwam. Labour deed het omdat Blair vond het schandalig dat de meeste belastingbetalers, die uiteindelijk de eigenaars waren van al die verzamelingen, niet kunnen betalen of vond een musea kaartje te duur.

Voor een overheid die een begroeting van rond 700 miljaard Euro telt, het is moeilijk te geloven dat dit het enige manier is om te bezuinigen. Geld besteden aan een musea is geen verspilling. Tijdens een moeilijke periode zoals deze crisis het is belangrijk dat mensen iets heeft om inspireerd te worden en te worden getroosd.

R.I.P Norman Borlaug: vader van de groene revolutie

Norman Borlaug, de Americaanse agronoom en Nobel Vrede Prijs winnaar van 1960, die de leiding gaf aan de groene revolutie stierf gisteren. Hij was 95 en voor 50 jaar strevde hij de opbrengst van rijst en tarwe, vooral in het ontwikkeling landen, te verhogen. Door het ontwikkeling van zeer vruchtbare soort rijst en tarwe onder zijn toezicht bij CIMMYT en de verspreiding van de kennis die hij in Mexico had opgebouwd om deze soort planten te cultiveren is de wereld voedsel productie toegenamen “van 692 milloen ton in 1950 tot 2.3 miljard ton in 2006.”

Kort na de tweede wereld oorlog begon de wereld bevolking sneller te groeien dan voedsel productie, en mensen begonnen te vresen over massa honger en ondervoeding. Dit was ook de theorie van Malthus en waarop het boek van Paul Ehrling: The Population Bomb, gebasserde was. Gelukkig is dit voorspelling niet waargekomen en wij hebben alleen voornamelijk Borlaug en zijn planten soort te danken.

Prof. Adriaan Beukers – Leermeester van 2009

Op maandag 31 Augustus kreeg Prof Adriaan Beukers, hoogleraar Composite en Constructies aan de faculteit Lucht-en-Ruimtevaart van de TU Delft, de Leermeester prijs van 2009. De Leermeester prijs wordt uitgereikt  “aan diegene die in de kwaliteit van zijn of haar onderzoek, onderwijs en valorisatie en door de uitstraling daarvan op de omgeving van studenten en promovendi excelleert“, zegt het citaat. De prijs is de hoogste waardering die een hoogleraar aan de TU Delft kan verdienen. Daarnaast kreeg hij ook een netto bedrag van € 15.000,-, een zilveren penning een oorkonde en twee vliegtickets voor intercontinentale reizen aangeboden door de KLM. Hij is de eerste hoogleraar van Lucht-en-Ruimtevaart om deze prijs gewonnen heeft.

Tijdens zijn toespraak liet Professor Beukers weten dat hij een laatbloeier was. Hij was al dertig jaar toen jij ingenieur werd en was rond de vijftig toen hij vanaf Fokker naar de TU kwam. Het is ongeloofelijk wat hij in die korte tijd heeft  voor mekaar heeft gekregen. Veel belovend onderzoek wordt gedaan, veel kennis wordt overbracht naar bedrijven en veel studenten van hem worden aanmoedigt om ondernemers te worden. Bekende spin-offs van zijn vakgroep zijn Airborne Composites, Protension, Taniq…..

Iedereen van zijn vakgroep -Composite en Constructies – zijn niet alleen blij maar ook trots op hem.

Accuracy trumps Balance in Science Journalism

Hardly any journalism student enters the profession without the mantra of not being patronizing – presenting the facts from all sides and allowing the reader make up his mind – drummed into their ears, and, as often the case is, the student takes this advice to heart. This canon of journalistic profession, of being balanced,  is indispensable when it comes to politics and economics. These spheres of human thought and action allow a multiplicity of views and provide ample space for different opinions. When writing about these spheres, it is essential that a journalists gives equal weight to this diversity and allow the reader the opportunity to make up his mind. Unfortunately, over the last three decades, the application without judgment of this balanced reporting canon has resulted not only in the integrity of the scientific process being questioned when it comes to global warming and intelligent design, but also in a misunderstanding on the part of journalists regarding how the scientific process works. The consequence of these journalistic lapses have resulted in popular discourse diverging from accepted scientific discourse, and we are all the poorer because of it.

 Science as practiced at the highest level is a process which undergoes intense scrutiny called peer-review and is performed by the scientific community itself. Thus, any  theory, conjecture or experimental result proposed is evaluated within the scientific community for its validity before being accepted as scientific knowledge. When in the guise of balanced reporting, the “scientific fringe”, as Chris Mooney calls the group who often goes against the scientific consensus, is offered a platform to air their views, the journalist is debasing this peer-review process.

 Chris Mooney in the conclusion to his article, “Blinded by Science,” addresses the trouble science journalists face when reporting on scientific consensus formed through peer-review. What if the scientific consensus is wrong and the “scientific fringe” was right?  It begs the question, are science journalists supposed to be the a microphone for airing the scientific consensus or if there is no place for skepticism in scientific reporting?

 Skepticism has its place in scientific reporting, but in a peer-reviewed world it takes a backseat to accurate reporting of the consensus developed among the scientists. The journalist has less reason to be skeptical of peer-reviewed scientific results, as the process is conducted by knowledgeable, competent and qualified people, and it filters out scientific views and results that satisfying rigorous standards of scientific proof from those that do not.

 Mooney gives two remarkable examples of the “scientific fringe,Galileo in the 16th century and Einstein in the 19th century respectively, who turned out to be right. These two examples are also instructive regarding the journalistic norm of balanced reporting.

 In Galileo’s case, the scientific consensus was hardly one the scientific community arrived at after rigorous deliberation and proof. It was a view imposed on the scientific community by the Catholic church, and a good journalist reporting – if he was allowed to report freely – on the scientific consensus during Galileo’s time would have added a healthy dose of skepticism to his reports. The Galileo scenario is highly unlikely to occur nowadays. In most countries where science is practiced, scientists enjoy broad freedoms to formulate their own views and express their own opinions freely that there is hardly any reason for journalists to doubt the integrity of the scientific process. The journalism should also reflect this confidence in the workings of science.

 Einstein’s case was different. The “Theory of Relativity” when introduced, most physicists found the theory conceptually very difficult to grasp, and the scientific consensus was pointedly against the theory. It is worth pondering, should science journalist have take the side of the scientific consensus when the debate around relativity was raging?

It is my opinion that a journalist, who had espoused the scientific consensus at that time was professionally doing the right thing, for he was unlikely to be in a better position than the physics community to better understand the theory and take sides. Moreover, unlike the scientific community in Galileo’s period, the physics community during Einstein’s time was hardly under pressure from external powers to take sides.

 These two examples indicate the limitations of balance as a journalistic norm when it comes to science reporting. The scientific consensus, especially when it is formed voluntarily through a peer-reviewed process, is to be trusted. The consensus might be wrong – as in the case of Einstein – but the more often that not it is right, and it’s the job of the journalist to communicate this consensus as accurately as possible. It is also the reason why accuracy as a journalistic norm trumps balance when it comes to science.

 

Brussels – een stad voor de ambeternaren

Vandaag ging ik naar Brussels om Mevrouw. Anne-Catherine, wie daar als een geoloog werkt te interviewen. Zij is de project coordinator voor het GORISK project, die het onderwerp is voor een feature artikel die ik nu aan het schrijven bent.

Net als andere Nederlanders mijn vertrouwen op NS is nu op een diepte punt. Er was weer een vertraging vandaag, omdat ergens een goederen trein kapot was. Dus moet in in Dordrecht overstappen en naar Breda reisen en daar vandaan naar Rosendaal. Gelukkig had ik vroeg uit Delft vertrokken.

Eerste wat mij opviel is hoe goedkoop openbaar vervoer in Belgie is. Voor 1.70 Euro kan je een openbaar vervoer kaart, die je in de bus, tram en metro kan gebruiken, kopen. Anne-Catherine werkt bij het “Africa Museum for Central Africa” in Tervuren. Eerste nam ik de metro tot Montgomery; verder reisde ik met de tram naar Tervuren. Wat een tram! Het was oud spul van de jaren zestig. Absoluut ongelofelijk! Voor een tijdtje dacht ik terug in India was.

Na het gesprek met Anne bezocht ik het museum. Eigenlijk wilde ik gewoon zien hoe Belgie haar eigen coloniele geschiedenis, die niet zo prettig is, ziet. Laat ik maar zeggen dat ik teleurgesteld was. Er is alleen een kleine sectie die het geschiedenis vertelt.

Maar iemand die mij zeer interessert wat H.M.Stanley- een controversiele journaliest en avonturier- die het hele lengte van het Congo rivier, vanuit het oorsprong in het oosten naar de Atlantishce oceaan in het westen, reisde. Hij schreef een boek, “Through the Dark Continent” over zijn reis.

’s middags liep ik door de straten van Brussels. Ik kon mij verleiding om wafels te proeven niet inhouden, dat ik een paar wafels at. Het beste die ik ooit gegeten heb.

Om kwart over vier zat ik in de trein naar Delft.

Nieuwe rubriek toegevoegd

Ik heb een nieuwe rubriek die ‘Wetenschappelijk journalistiek’ heet toegevoegd. Deze onderhoud ik voor het vak Wetenschappelijk journalistiek die ik nu aan de TU volgt. Als opdracht moeten wij een feature artikel schrijven, natuurlijk iets over wetenschap en technologie.

In deze rubriek schrijf ik wat ik over de ontwikkeling van mijn “feature artikel” en over het journalistiek in het algemeen.

Stage bij Micro Turbine Technologies

Dinsdag ging ik naar Eindhoven toe om het bedrijf Micro Turbine Technology(MTT) te bezoeken. Ik was uitgenodigd bij Wilfried Visser, die daar als CTO(Chief Technology Officer) werkt en ook aan de TU Delft colleges geeft, over mijn stage te praten. Het gesprek ging wel goed.

November 3 begin ik mijn stage bij MTT en blijf ik daar als stagiair werkzaam tot eind Februari. Mijn stage opdracht is om de micro turbine die de ingenieurs hebben ontwikkeld te modelleren. Dus ik ga een Thermal Stress Analyse met behulp van een Finite element programma, waarschijnlijk met ANSYS, doen.

De taak blijkt uitdagend te zijn.

In een turbine loopt de temperatuur op tot 900 graden, een zeer hoge temperatuur die de materialen eigenschappen verandert. Ze worden non-lineair en dus de regel van Hooke is niet toepasbaar. De temperatuur die aan de binnenkant voorkomt is zeer afhankelijk van de stromende warme gas. Dus er is een koppelingen tussen het vloeien van gas en de thermale spanning in de constructie. In andere woorden er is FSI (Fluid structure interaction). Wanner de turbine draait gloeit hij rood en er is warmte verlies door het geleiden, convectie en straling naar de dampkring. Het verlies bepaalt niet alleen de temperatuur verspreiding aan de buitenkant maar ook invloed heeft aan de thermale spanning.

Kijk ik met spanning uit naar mijn stage? Natuurlijk wel. Net als sporters die voor een belangrijke wedstrijd wat spanning hebben, heb ik het ook. Dat betekent dat ik ga iets nieuws doen, dat ik nooit eerder hebben gedaan en ik weet niet hoe het uit zou komen.

Jean-Marie Gustave Le Clézio?

Kennen jullie die man of hebben jullie iets over die man gehoord? Tot vandaag, tot hij het Nobel Prijs voor Literatuur won, wist ik niet wie hij is en wat hij deed. Niet meer. Ik denk ook niet dat in het Engelse wereld er veel mensen zou zijn, die zijn boeken gelezen hebben.  Hij schrift in het Frans en niet alles wat hij schreef is niet naar het Engels vertaald.

Enige revue van zijn werk die ik kon vinden was op de site van The Washington Post. Je vindt hem hier. Daar heeft de recensent geschreven- ” BEFORE there was multiculturalism, there was the work of Jean-Marie Gustave Le Clezio.” Hij schrijft vaak over een belangrijke thema van tegenwoordig – de immigranten ervaringen.

Het prijs is op het juiste moment voor de juiste persoon. Op een tijd wanneer multiculturalisme een scheld woord is geworden, zijn werk herinneren ons aan wat het eigenlijk betekent.  Ik zou het voorlaatste zin zo schrijven – “Before there was multiculturalism en Jhumpa Lahiri, there was the work of Jean-Marie Gustave Le Clezio.”

De herfst is aangekomen

In Nederland is de zomer zeker nu voorbij. Zondag toen ik op het plein voor de Paulus kerk in Baarn stond, had ik dat al gemerkt. De bomen, die het plein omringden, hadden al begonnen om bruin te worden en op het plein zelfs lagen de eerste gevallen bladen. Wat ik zondag had vermoeden, dat de herfst hier al is, heeft het weer van vandaag bevestigd. De hele dag was het hier regenachtig en koud. De kille wind waaide zo hard dat voor de eerste keer dit najaar vond ik fietsen te zwaar.

Fietsen van m ‘n huis naar school is in de winter het moeilijkst; in de najaar is het een stuk makkelijker terwijl in de lente en de zomer is het fietsen het makkelijkste.  Dus voor mij om de verandering in het seizoenen te herkennen, hoef ik alleen te merken hoe zwaar het is om naar school te fietsen.